In het kader van een politieke training heb ik me verdiept in enkele politieke thema’s. een hiervan is hoe een politieke artij zich xou moeten profileren. het is een aanzet voor een nieuw model.
Hoe moet een politieke partij zich profileren
Het lijkt droevig gesteld met de politieke verhoudingen in ons land. Populisme en tweespalt vierden hoogtij in de dagen voor de provinciale verkiezingen, of beter, de strijd om de eerste kamer. Toch kunnen we ons gelukkig prijzen niet in noord Afrika te verblijven waar, chaos ten top, de strijd om democratie en rechtvaardigheid pas staat te beginnen. Nu we de verkiezingen achter de rug hebben is het tijd om ons eens te bezinnen.
In een boek van Roel in ’t Veld,” kennisdemocratie, opkomend stormtij”, wordt het einde van onze huidige democratie geschetst, let wel veranderend naar een kennisdemocratie. Beïnvloed door selectief shoppen uit de wetenschap, gestuurd door de media in een complex bestuurlijke, politieke context raken we verder af van een ideologie dan Pieter Jelles Troelstra aan het einde van de negentiende eeuw voor mogelijk had gehouden.
Maar is het nu echt zo somber gesteld of zijn het de doemdenkers onder ons die het heft in handen hebben? Is het de onmacht te zien waar de oplossingen liggen?
Feit is wel dat we een toenemende zucht naar de gunst van de kiezer zien. De grotere partijen schurken tegen elkaar aan in het midden van het politieke spectrum. De partijen aan de linkerzijde beconcurreren elkaar en accentueren de verschillen in plaats van elkaar op te zoeken waar ze ontsproten zijn uit dezelfde revolutionaire socialistische idealen. Het revolutionaire is wel ongeveer verdwenen en overgegaan in een sociaaldemocratisch beginsel. Waar een SP nog wat radicaler in haar standpunten zit zijn D66 en Groen Links progressief liberaal getint zijn moeten we toch constateren dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn. In de beoogde aanpak van de problemen van nu maar ook in de maatschappij die men voorstaat.
Een ander deel van het politieke spectrum wordt gevormd door de confessionele partijen die met hun christen democratie leunen op mensen met een religieuze grondslag die merken dat door de ontzuiling de grond onder hun voeten verdwenen is. Duidelijk is dat de liberale VVD met haar heldere aanpak heden ten dage goed scoort bij een significant deel van de mensen in onze samenleving. Toch constateer ik dat deze liberale partij een sociaal liberalisme aanhangt en dan met beperkte overheidsbemoeienis. Waar de kaders van de sociaal democratie en het sociaal liberalisme elkaar significant overlappen zijn het de keuzes daarbinnen die de controverses geven. Is de hypotheekrenteaftrek geen verregaande vorm van overheidsbemoeienis? Het had zo maar kunnen zijn dat een geleidelijke afschaffing of beperking van de hypotheekrenteaftrek uit de koker van de liberalen was gekomen.
Tot een aantal jaren geleden was dit het politieke spectrum.
De maatschappelijke ontwikkelingen van deze nieuwe eeuw hebben een definitieve verandering gegeven. Door de opkomst van internet,de sociale media maar ook het hoge gemiddelde welvaartsniveau in ons land is een vergaande individualisering ontstaan die maakt dat men als individu door het leven kan. Men neemt de welvaart voor lief en het lijkt zelfs onrecht als de welvaart niet binnen handbereik ligt. Een zondebok is snel gevonden en populisme ligt op de loer. Communicerend vanuit thuis en met een vanzelfsprekende luxe om ons heen die geen recht doet aan de ontwikkeling die ons land in de gehele vorige eeuw heeft doorgemaakt.
Met dit als achtergrond is het niet verwonderlijk dat misbruik gemaakt wordt van heersende onvrede en dat politici als Wilders, hun communicatieve talent ten volle benutten en politieke gewin halen uit heersende onvrede. Populisme als middel de macht te verwerven. Dit alles wel binnen onze democratische spelregels. Roel in ’t Veld heeft helemaal gelijk als hij stelt dat de politiek complexer is geworden en de rol van de media en de wetenschap onlosmakelijk verbonden zijn wil men politiek of bestuurlijk wat voor elkaar krijgen.
Hij stelt dat de politieke elite zich aan moet passen. Meer op zoek naar de kiezer. Een politieke elite is niet goed, politieke vertegenwoordiging wel. Het voorbeeld dat hij geeft is een strand met twee ijscomannen op zoek naar klanten. Zij moeten beide midden op het strand, dus in het midden van het spectrum, elkaar beconcurreren. Degene die aan de rand gaat staan of zelfs een beetje uit het midden moet het doen met minder. Dit voorbeeld schetst het lot van de politieke partijen. Degene die zich niet in het centrum van de massa opstelt kan het schudden. Het dilemma van de ijscoman.
Maar, het voorbeeld geldt slechts voor twee ijscomannen. Zodra er een derde, of nog een extra ijscoman ten tonele verschijnt, is het zelfs raadzaam niet in het midden te gaan staan. Met de aanname dat een potentiële koper eerder dichterbij dan veraf zijn ijsje zal verwerven is bovenstaande stelling door te rekenen en wiskundig waar.
Als we de ijscoman omtoveren tot politieke partij en de ijsco tot de ideologie of belangrijk standpunt kunnen we dit voorbeeld verder uitdiepen. Het is ook een belangrijk voorbeeld omdat dit naar mijn mening een pad voor de toekomst geeft.
Nu is een voorwaarde bij een voorbeeld of model dat de randvoorwaarden en uitgangspunten wel moeten kloppen. In het geval van de politieke partij moeten we in ieder geval op de volgende factoren letten.
Allereerst zijn er een aantal verschillende standpunten die de ideologie bepalen. De kiezer komt natuurlijk voor een set en niet voor één smaak ijs.
Dan is er nog de kans dat de kiezer een bepaald standpunt graag hoort omdat dit voor een grote groep gunstig is. Een belastingverlaging zal een grotere groep kiezers trekken dan een investering in een nieuw stuk natuur in het midden van het land. Het beste standpunt is datgene waar de meerderheid van de kiezer positief over oordeelt. Helaas is met het “pleasen” van de burger geen goed en consistent beleid te maken.
Dan is het van belang even stil te staan bij het dilemma van een politiek bestuurder die keuzes maakt waar steeds een kleine (wisselende) meerderheid voor en de anderen apert tegen een bepaalde keuze zijn. Na tien zulke keuzes is er een zeer grote meerderheid tegen de bestuurder en verliest deze zijn achterban. Dit geldt mijns inziens ook voor uit te dragen standpunten.
Het credo moet dan ook zijn slechts enkele belangrijke standpunten, die bovendien een goede samenhang hebben, uit te dragen. Het is dan de ideologie die (op de achtergrond) de samenhang geeft. In een omgeving met meerdere concurrenten moeten de standpunten onderscheidend zijn en niet teveel lijken op die van de ander. Het is niet nodig voor elk standpunt een meerderheid te vinden als het standpunt maar voldoende onderscheidend is van dat van de anderen. Nodig is dus een optimum tussen onderscheidendheid en draagvlak voor de set van standpunten.
Maar een ideologie is nog wat anders. Als een ideologie uitgelegd wordt als een stelsel van a-prioristische opvattingen die pretenderen alle essentiële vragen betreffende mens en maatschappij op te lossen, komen we er niet uit. Eigenlijk lukt het niet om een ideologie uit te dragen zonder de luisteraar eerst te binden. Ideologie komt pas na saamhorigheid, hoewel je het omgekeerde zou wensen. En juist deze saamhorigheid is onbereikbaar in een complexe, multiculturele samenleving. Diversiteit wint het van saamhorigheid. Dus het uitdragen van een ideologie gaat niet lukken. Rest ons standpunten behorende bij een ideologie uit te dragen. Waarden en normen daarentegen zijn wel over te brengen. Mensen beslissen namelijk niet op feiten alleen. Mensen kiezen op basis van emoties. Neurologische beslisprocessen zijn niet logisch van aard. Argumenten kunnen daar een rol bij spelen. Onze rede volgt de logica van beeldspraak, beelden en emoties. Juist daarom moet politieke argumentatie hierom draaien. Dat is succesvol binden!
Als we ons dan weer op het terrein van de ijscomannen begeven wordt het een ijsje met drie bolletjes met elk een smaak die op elkaar is afgestemd. In dat geval rest de verkoper nog de klant te overtuigen dat zijn smaaksensatie de juiste is. En met vele ijscokarren is de zich voldoende onderscheidende de kaskraker.
Nu is ons hedendaags politiek bestel met al zijn interacties veel ingewikkelder dan het strand met de ijscokarren maar het is mijn stellige overtuiging dat dit pad begaanbaar is.
Een politieke partij zou zich dan moeten focusseren op bijvoorbeeld drie samenhangende standpunten en zich niet moeten verleiden tot alle details of commentaar op anderen. Het moet de kracht en niet het kraken van argumenten zijn die de binding met de kiezer geeft. Dan zal de onvrede geen richting vinden en wordt politiek weer leuker.
Peter van Stiphout.